Op grond van de WWB heeft degene die rechtens zijn vrijheid is ontnomen geen recht op bijstand. Deze uitsluiting heeft een dwingend karakter. Het betreft zowel algemene als bijzondere bijstand. In bijzondere gevallen kan, wanneer zich daartoe dringende redenen voordoen, toch bijstand worden verleend. De vraag die hierbij moet worden beantwoord: leidt het niet verlenen van bijstand voor betrokkene tot ernstige gevolgen, met name voor diens gezondheid. Bijstandsverlening moet dan onvermijdelijk zijn. Een gebrek aan noodzakelijke middelen van het bestaan is op zich geen rechtvaardigingsgrond om de ontsnappingsclausule toe te passen.
In de praktijk betekent deze benaderingswijze dat bijstandsverlening nagenoeg is uitgesloten.
Overigens is het bovenstaande van toepassing op een alleenstaande; indien bij gezinsbijstand een partner gedetineerd wordt, kan de overgebleven partner voor wie de uitsluiting immers niet geldt, zelfstandig een uitkering aanvragen tot het einde van de detentieperiode en in de betreffende kosten voorzien.
Hoofdstuk 10.
Artikel 10.1.1
Huur en vaste lasten tijdens detentie of TBS
Onderdeel van beleidsregel bijzondere bijstand