Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 10.

Artikel 10.4.1

Kosten verblijfsvergunning

Onderdeel van beleidsregel bijzondere bijstand

Ten aanzien van legeskosten verblijfsvergunningen en naturalisatieprocedure is in de loop der jaren een aanzienlijke hoeveelheid jurisprudentie ontstaan. Die komt er op neer, dat deze kosten altijd behoren tot de algemene, zij het incidentele bestaanskosten en waarvoor een kredietmogelijkheid bij bijvoorbeeld een gemeentelijke kredietbank als voorliggende voorziening moet worden beschouwd. De reden hiervoor is, dat de vreemdeling weet dat hij/zij te maken krijgt met deze kosten (voorzienbaarheid) en daarvoor dient te reserveren uit de eigen middelen, hetzij vooraf (sparen), hetzij achteraf (lenen). Er dient in eerste instantie dus een beroep te worden gedaan op de voorliggende voorziening, zijnde een kredietverlenende instelling. Uitsluitend als er sprake is van omstandigheden waardoor niet gereserveerd kon worden (denk aan jaarlijkse verlenging van groot gezin of verlenging vlak na verlaten COA) voor deze kosten en als er geen beroep kan worden gedaan op een voorliggende voorziening, dan is bijzondere bijstand mogelijk. Kosten van naturalisatie worden in beginsel niet vergoed; deze kosten behoren tot de algemene noodzakelijke kosten van het bestaan.

Rechtspraak bij dit artikel