Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 2.01

Vormen van bijstand

Onderdeel van beleidsregel bijzondere bijstand

Bijzondere bijstand kan worden verleend: a. om niet; b. in de vorm van een geldlening of borgstelling. Bijstand om niet Hoofdregel is dat bijzondere bijstand om niet wordt verstrekt. Dit is bijstand die niet hoeft te worden terugbetaald. Op deze hoofdregel zijn een vijftal uitzonderingen: Bijstand kan worden verleend in de vorm van een geldlening of borgstelling, indien: 1. redelijkerwijs kan worden aangenomen dat de belanghebbende op korte termijn over voldoende middelen zal beschikken om over de betreffende periode in de noodzakelijke kosten van het bestaan te voorzien (artikel 48 lid 2 sub a WWB); 2. de noodzaak tot bijstandverlening het gevolg is van een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan (artikel 48 lid 2 sub b WWB); 3. de aanvraag een door de belanghebbende te betalen waarborgsom betreft (artikel 48 lid 2 sub c WWB); 4. het bijstand ter gedeeltelijke of volledige aflossing van een schuldenlast betreft (artikel 48 lid 2 sub d WWB) en 5. het bijstand voor duurzame gebruiksgoederen betreft (artikel 51 WWB). Voor de situatie zoals beschreven onder 1 tot en met 3 hoeft geen lening bij de Stadsbank te worden aangevraagd. Hiervoor wordt in overleg met de klant leenbijstand verstrekt. Voor alle andere situaties geldt dat een lening bij de Stadsbank, eventueel met borgstelling, een voorliggende voorziening is. Als er geen mogelijkheid is een lening af te sluiten, kan leenbijstand worden verstrekt. Let op! Leenbijstand kan pas worden verstrekt na toestemming van de klant. Er moet dus altijd eerst overeenstemming zijn met de klant, voordat er wordt overgegaan tot verstrekking van bijstand in de vorm van een lening. Gaat de klant niet akkoord, dan betekent dit een afwijzing van de aanvraag. Bijstand in de vorm van een geldlening of borgstelling Leenbijstand is bijstand welke moet worden terugbetaald, maar er wordt geen rente berekend. Van borgstelling wordt gebruikt gemaakt in het geval anders geen lening bij de Stadsbank kan worden afgesloten. Als de klant in gebreke blijft wordt de gemeente door de Stadsbank aangesproken voor het resterende bedrag.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel