Voor woningeigenaren blijft de toepassing van de woonkostentoeslag onverkort noodzakelijk.
Als er sprake is van een eigen woning wordt onder woonkosten verstaan de kosten die de
eigenaar verschuldigd is voor:
a. de hypotheekrente (let op belastingteruggave);
b. het eigenaarsdeel onroerendzaakbelasting;
c. de premie voor de opstalverzekering;
d. de erfpachtcanon;
e. de omslagheffing voor huiseigenaren (waterschapslasten);
f. een vast bedrag voor de kosten van groot onderhoud (zie Schulinck).
Hypotheekrente
Wanneer de klant aan wie een woonkostentoeslag is toegekend naderhand over dezelfde periode een teruggave van de Belastingdienst ontvangt, moet het college bezien welk bedrag moet worden teruggevorderd. Gelet op de wijziging van de voorheffing (voorlopige teruggaaf), kan bij de Belastingdienst om maandelijkse uitbetaling worden verzocht. In de berekening kan deze (voorlopige) teruggaaf vervolgens op de te betalen woonlasten (hypotheekrente) in mindering worden gebracht (niet minderen op de uiteindelijk te verstrekken woonkostentoeslag).
De woonkosten mogen in beginsel niet hoger zijn dan het van toepassing zijnde bedrag vermeld in artikel 13 van de Wet op de huurtoeslag (zie uitzondering onder 4.04). De woonkostentoeslag wordt vastgesteld volgens de regels van de Wet op de huurtoeslag en dus wordt de berekening op www.toeslagen.nl gebruikt om de woonkostentoeslag per maand te berekenen.
Hoofdstuk 4.
Artikel 4.02
Woonkostentoeslag bij een eigen woning
Onderdeel van beleidsregel bijzondere bijstand