Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 7.

Artikel 7.05

Weekendverlof uit huis geplaatst kind

Onderdeel van beleidsregel bijzondere bijstand

Als er recht bestaat op kinderbijslag en het enige (ten laste komende) kind is uit huis geplaatst dan wijzigt de norm van de ouder naar die van een alleenstaande en kan er dus kwijtschelding van de LBIO bijdrage gevraagd worden. In sommige gevallen mag een kind dan wel op weekendverlof naar huis en is dit verlof een onderdeel van de behandeling van het kind. Dat betekent wel voor de ouder dat er in die weekenden dat het kind toch thuis is, naast de financiële zorg (recht op kinderbijslag) ook tijdelijk weer de feitelijke zorg van toepassing is. Die dagen heeft de ouder dan recht op de norm voor een alleenstaande ouder. Als er sprake is van een vaste frequentie van weekendverlof gedurende langere tijd ( bijvoorbeeld een jaar) dan kan de norm voor die periode gewoon aangepast worden. Voorbeeld: zoon van 13 jaar is uit huis geplaatst, maar komt ieder weekend thuis op weekendverlof. De norm WWB voor de ouder is dan 5/7 alleenstaande en 2/7 alleenstaande ouder. Is er geen vaste frequentie dan kan bovenstaande methode niet worden toegepast. In die situaties kan door de klant achteraf doorgegeven worden welke weekenden het kind op weekendverlof is geweest (bijvoorbeeld per kwartaal). Op basis van bijzondere bijstand kunnen dan de meerkosten vergoed worden aan de ouder. De dagen dat het kind op weekendverlof is geweest tellen dan als dagen dat er recht bestaat op de norm alleenstaande ouder. Voorbeeld: zoon van 13 jaar is uit huis geplaatst en is de afgelopen drie maanden, 3 keer een weekend naar huis geweest van vrijdagmiddag tot en met zondagmiddag (2 dagen). In totaal dus 6 dagen. Bijzondere bijstand wordt dan: totaal aantal dagen periode (bijv oktober t/m december)= 92 dagen waarvan 6 dagen thuis 6/92 x (alleenstaande oudernorm -/- alleenstaande norm) = bijzondere bijstand voor betreffende periode.

Rechtspraak bij dit artikel