Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 7.

Artikel 7.04

LBIO-bijdrage residentiële opvang

Onderdeel van beleidsregel bijzondere bijstand

Een ouder of stiefouder is, ook als zijn/haar kind uit het huis wordt geplaatst, verplicht om een onderhoudsbijdrage te betalen voor het kind. Op grond van artikel 41 van de Wet op de Jeugdhulpverlening moeten (stief)ouders een bijdrage betalen als het kind uit huis wordt geplaatst. Deze bijdrage is afhankelijk van de leeftijd van het kind en de vorm van de hulpverlening. Hierbij is niet relevant of er sprake is van justitiële jeugdbescherming of vrijwillige jeugdhulpverlening. De bijdrage wordt geïnd door het Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen (LBIO). In een aantal gevallen is geen bijdrage verschuldigd. Een klant is geen onderhoudsbijdrage verschuldigd als één van de onderstaande uitkeringen ontvangen wordt: een bijstandsuitkering, norm alleenstaande een uitkering ingevolge de Regeling verstrekking asielzoekers (Rva) zak- en kleedgeldvergoeding/ norm inrichting Een klant die één van de bovenstaande uitkeringen ontvangt moet vrijstelling van het betalen van een bijdrage vragen door een uitkeringsspecificatie aan het LBIO te sturen. De bijdrage zal dan vervolgens op nihil worden gesteld. Geldt er voor een klant wel een eigen bijdrage die aan het LBIO betaald moet worden dan kan, als er geen kwijtschelding kan worden verkregen en er géén kinderbijslag voor het kind wordt ontvangen, bijzondere bijstand voor deze bijdrage worden verleend. Ontvangt de klant wel kinderbijslag ten behoeve van het kind dan is bijstandsverlening in principe niet aan de orde. De bijdrage kan dan worden voldaan uit de kinderbijslag en kindgebonden budget. Deze beide tegemoetkomingen worden als passende en toereikende voorliggende voorziening aangemerkt.

Rechtspraak bij dit artikel