Een woonkostentoeslag kan verleend worden indien:
a. een huurwoning wordt bewoond waarvan de huurkosten niet meer
bedragen dan de maximale huurgrens genoemd in de Wet op de
huurtoeslag en
b. één of meerdere inwonende niet ten laste komende kinderen
inwonend zijn en op grond daarvan
c. zowel een lagere toeslag (op grond van paragraaf 3.3 van de WWB
en nader uitgewerkt in de gemeentelijke Toeslagenverordening) wordt
ontvangen alsmede
d. geen huurtoeslag wordt ontvangen.
Deze toeslag is gelijk aan het bedrag van de huurtoeslag die wel zou
worden ontvangen indien het gestelde onder punt c en d niet aan de
orde zou zijn. De hoogte van deze woonkostentoeslag wordt per 1 juli
van het kalenderjaar aangepast conform de aanpassingen in de
tabellen van de Wet op de huurtoeslag.
Afdeling 1 › Hoofdstuk 3
Artikel 10
Woonkostentoeslag - huurwoning
Onderdeel van Beleidsregels bijzondere bijstand "Meetlat voor Maatwerk 1 januari 2013"