Naar hoofdinhoud

Afdeling 1 › Hoofdstuk 3

Artikel 11

Woonkostentoeslag – eigen woning

Onderdeel van Beleidsregels bijzondere bijstand "Meetlat voor Maatwerk 1 januari 2013"

1. Indien een eigen woning wordt bewoond, waarvan de woonkosten niet hoger zijn dan de maximale huurgrens genoemd in de Wet op de huurtoeslag, kan een woonkostentoeslag worden verstrekt gelijk aan het bedrag van de huurtoeslag, die volgens de Wet op de huurtoeslag (bij een inkomen op bijstandsniveau) voor de woonkosten per maand zou worden ontvan¬gen. 2. De bepaling genoemd onder lid 1 is niet van toepassing indien de betreffende woning wordt aangekocht op het moment dat ter voorziening in de kosten van levensonderhoud reeds een periodieke bijstandsuitkering wordt ontvangen. 3. Indien de woonkosten hoger zijn dan de maximale huur inge¬volge de Wet op de huurtoeslag, wordt gedu¬rende maximaal één jaar een woonkostentoeslag verleend gelijk aan het bedrag van de woonkosten, vermin¬derd met het maxima¬le bedrag dat voor betrokkene' s eigen rekening zou komen volgens de Wet op de huurtoeslag. 4. De onder lid 3 genoemde toeslag kan telkens ten hoogste met één jaar worden verlengd, indien betrokkene nog niet kan beschikken over huisvesting, waarvan de woonkosten lager zijn dan het in de Wet op de huurtoeslag genoemde maximum huurbedrag. 5. Aan de onder lid 3 en 4 genoemde toeslagen wordt de verplichting verbonden tot het aanvaarden van woonruimte welke dan op de omstandigheden en mogelijkheden van persoon en gezin is afgestemd. 6. Indien de onder lid 5 genoemde verplichting wordt opgelegd, wordt bijstand om niet verleend in de noodzakelijke kosten van verhuizing (transport) en de noodzakelijke kosten van stoffering.

Rechtspraak bij dit artikel