**1.** Indien een eigen woning wordt bewoond, waarvan de woonkosten
niet hoger zijn dan de maximale huurgrens genoemd in de Wet op
de huurtoeslag, kan een woonkostentoeslag worden verstrekt
gelijk aan het bedrag van de huurtoeslag, die volgens de Wet op
de huurtoeslag (bij een inkomen op bijstandsniveau) voor de
woonkosten per maand zou worden ontvan¬gen.
**2.** De bepaling genoemd onder lid 1 is niet van toepassing indien de
betreffende woning wordt aangekocht op het moment dat ter
voorziening in de kosten van levensonderhoud reeds een
periodieke bijstandsuitkering wordt ontvangen.
**3.** Indien de woonkosten hoger zijn dan de maximale huur inge¬volge
de Wet op de huurtoeslag, wordt gedu¬rende maximaal één jaar een
woonkostentoeslag verleend gelijk aan het bedrag van de
woonkosten, vermin¬derd met het maxima¬le bedrag dat voor
betrokkene' s eigen rekening zou komen volgens de Wet op de
huurtoeslag.
**4.** De onder lid 3 genoemde toeslag kan telkens ten hoogste met één
jaar worden verlengd, indien betrokkene nog niet kan beschikken
over huisvesting, waarvan de woonkosten lager zijn dan het in de
Wet op de huurtoeslag genoemde maximum huurbedrag.
**5.** Aan de onder lid 3 en 4 genoemde toeslagen wordt de verplichting
verbonden tot het aanvaarden van woonruimte welke dan op de
omstandigheden en mogelijkheden van persoon en gezin is
afgestemd.
**6.** Indien de onder lid 5 genoemde verplichting wordt opgelegd,
wordt bijstand om niet verleend in de noodzakelijke kosten van
verhuizing (transport) en de noodzakelijke kosten van
stoffering.
Afdeling 1 › Hoofdstuk 3
Artikel 11
Woonkostentoeslag – eigen woning
Onderdeel van Beleidsregels bijzondere bijstand "Meetlat voor Maatwerk 1 januari 2013"