Naar hoofdinhoud

Afdeling 1 › Hoofdstuk 3

Artikel 13

Noodzakelijke kosten, niet medisch van aard

Onderdeel van Beleidsregels bijzondere bijstand "Meetlat voor Maatwerk 1 januari 2013"

Bijstand kan worden verleend voor kosten die voortvloeien uit bijzondere omstandigheden indien wordt voldaan aan de voorwaarden uit Hoofdstuk 2 van deze Beleidsregels. Het gaat hierbij om omstandigheden die niet voor iedereen gelden. Deze verschillen van geval tot geval, zodat hierbij sprake is van individueel maatwerk. Een limitatieve opsomming van alle mogelijke kostensoorten die voor bijstandsverlening in aanmerking zouden kunnen komen is dan ook niet aan de orde. Wel wordt onderstaand ten aanzien van een aantal veel voorkomende kostensoorten een uiteenzetting gegeven van de mogelijkheden. a. Huishoudelijke- en gezinshulp Bijstand kan worden verleend voor de kosten van huishoudelijke- en gezinshulp indien hieraan een indicatie op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (WMO) ten grondslag ligt. Het gaat hierbij om de eigen bijdrage van de kosten. b. Maaltijdvoorziening Bijstand kan worden verleend voor de meerkosten van een maaltijdvoorziening (zijnde geen dieetkosten). Aan een dergelijk verzoek behoeft, tenzij er twijfels zijn over de noodzaak, geen medische of sociale indicatie ten grondslag liggen. Als meerkosten worden aangemerkt die kosten die boven het belastbaar deel maaltijdvergoeding werkgever / werknemer uitgaan (bron: belastinggids). c. Eigen bijdrage kosten zorg met verblijf Bijstand kan worden verleend voor de kosten van verblijf indien sprake is van het opgenomen zijn in een AWBZ erkende inrichting. d. Bewindvoering en beredderingskosten De kosten van bewindvoering in verband met onder curatele stelling komen in aanmerking voor bijzondere bijstand. Tevens kan bijstand worden verleend voor de zogenaamde beredderingskosten (zijnde de kosten die de bewindvoerder maakt in verband met de inventarisatie van de aanwezige boedel). De bewindvoerder dient deze kosten aannemelijk te maken middels het overleggen van een beschikking van de rechter. e. Kosten kinderopvang Bijstand kan worden verleend voor de kosten van kinderopvang voor zover geen beroep kan worden gedaan op de Wet Kinderopvang, de Wet Participatiebudget of de (gemeentelijke) Regeling vergoeding kosten kinderopvang op grond van sociaal medische indicatie (SMI) en de individuele situatie dit noodzakelijk maakt. f. Bijdragen ouders en kinderen voor jeugdhulpverlening Bijstand kan worden verleend voor de inkomensonafhankelijke ouderbijdrage die door het LBIO wordt opgelegd inzake verblijf van hun kind(eren) in een instelling voor dagopvang. De hoogte van de bijdrage is afhankelijk van de leeftijd van het kind en de vorm van hulpverlening, te weten: residentieel of semiresidentieel. Indien de bijdrageplichtige ouder aantoont dat hij/zij een periodieke bijstandsuitkering ter voorziening in de kosten van levensonderhoud ontvangt naar de norm voor een alleenstaande, kan de bijdrage door het LBIO op nihil gesteld worden. g. Overbrugging levensonderhoud Bijstand kan worden verleend voor de kosten van levensonderhoud indien daar individueel bepaalde omstandigheden aan ten grondslag liggen. Hierbij kan gedacht worden aan verlaten mannen/vrouwen en ex-gedetineerden. Uitgangspunt is dat de bijstand niet meer mag bedragen dan de toepasselijke bijstandsnorm (inclusief gemeentelijke toeslagen en eventuele verlagingen) exclusief vakantietoelage. De bijstand kan worden verleend over de periode van aanvang uitkering tot de datum van eerste reguliere uitbetaling van de periodieke uitkering. Bij het niet beschikken over eigen huisvesting wordt de bijstand gesteld op maximaal 50% van de hierboven berekende bijstand. Bij het vaststellen van de noodzaak tot bijstandsverlening dient evenwel volledig rekening te worden gehouden met de aanwezige eigen middelen (tenzij de baten van het vrij maken van deze gelden de hierbij te maken kosten te boven gaan). De middelen van de ten laste komende inwonende minderjarige kinderen worden pas meegenomen indien een bedrag van € 450,00 per kind wordt overschreden. Indien een beroep wordt gedaan op dit artikel als gevolg van verlies portemonnee c.q. contant geld, wordt de bijstand verleend in de vorm van een lening (zoals bedoeld in artikel 6) en vervolgens met de eerstvolgende reguliere uitbetaling van de periodieke uitkering volledig verrekend. h. Reiskosten Bijstand kan worden verleend voor reiskosten indien die reiskosten (niet zijnde buitengewone verwervingskosten) als noodzakelijk worden aangemerkt. De tegemoetkoming is gelijk aan de hoogte van de onbelaste vergoeding reiskosten, zoals wordt gehanteerd door de belastingdienst. i. Uitvaartkosten (begrafenis/crematie) Indien het ongedekte deel van uitvaartkosten niet uit de nalatenschap kan worden voldaan, kan bijstand worden verleend aan de wettelijke erfgenamen van de overledene wiens middelen ontoereikend zijn om hun aandeel in deze kosten te voldoen. De kosten dienen binnen redelijke grenzen te blijven. De prijzengids Nibud kan als leidraad dienen. j. Rechtsbijstand en griffiekosten Indien de Raad voor de Rechtsbijstand positief heeft besloten op een aanvraag voor gefinancierde rechtskundige bijstand, kan voor de verschuldigde eigen bijdrage bijstand worden verleend. De bijstand kan alleen worden verstrekt ter verkrijging van inkomen en vermogen uit andere bronnen, waardoor het beroep op bijstand teniet wordt gedaan of wordt verminderd. Tevens kan in een dergelijke situatie bijstand worden verleend voor de te maken griffiekosten en eventuele legeskosten. k. Toeslag aflossing noodzakelijke lening Bijstand kan worden verleend voor de aflossing van een noodzakelijk afgesloten geldlening bij de Volkskredietbank, dit in verband met het aanschaffen c.q. vervangen van duurzame gebruiksgoederen. De bijstand bedraagt het verschil tussen de eigen aflossingscapaciteit (zijnde 6% van de toepasselijke bijstandsnorm) en de feitelijke aflossing van de geldlening waarbij de aflossingduur maximaal 36 maanden betreft. De hoogte van de te verlenen bijzondere bijstand wordt eenmaal vastgesteld en gedurende de looptijd van de lening (36 maanden) niet meer aangepast.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel