**1.** Een toeslag op grond van de bijstand kan slechts worden verleend
aan een persoon van 18, 19 of 20 jaar met inachtneming van de
bepalingen ingevolge artikel 12 van de WWB.
**2.** Van de omstandigheid bedoeld in artikel 12 , sub b van de WWB is
in ieder geval sprake indien:
a. de ouder of ouders zijn overleden of in het buitenland
wonen;
b. belanghebbende in het kader van de Wet op de
jeugdhulpverlening buiten het gezinsverband van zijn ouder of
ouders is geplaatst;
**3.** 3. De in lid 1 genoemde toeslag bedraagt voor de jongere, die
niet meer in het gezinsverband van zijn ouder of ouders leeft,
het verschil tussen de norm voor een 21-jarige (incl.
gemeentelijke toeslag) en de voor de jongere zelf van toepassing
zijnde bijstandsnorm;
**4.** De in lid 1 genoemde toeslag bedraagt voor de samenwonende
jongeren het verschil tussen van de gezinsnorm van 21 jaar en
ouder (artikel 21 onder c WWB) en de voor hen van toepassing
zijnde bijstandsnorm zoals bedoeld in artikel 20 WWB;
**5.** De in lid 1 genoemde toeslag wordt verhaald overeenkomstig het
gesteld in artikel 61 WWB
Afdeling 1 › Hoofdstuk 3
Artikel 14
Toeslagen voor jongeren van 18 t/m 20 jaar
Onderdeel van Beleidsregels bijzondere bijstand "Meetlat voor Maatwerk 1 januari 2013"