Naar hoofdinhoud

Afdeling 1 › Hoofdstuk 3

Artikel 14

Toeslagen voor jongeren van 18 t/m 20 jaar

Onderdeel van Beleidsregels bijzondere bijstand "Meetlat voor Maatwerk 1 januari 2013"

1. Een toeslag op grond van de bijstand kan slechts worden verleend aan een persoon van 18, 19 of 20 jaar met inachtneming van de bepalingen ingevolge artikel 12 van de WWB. 2. Van de omstandigheid bedoeld in artikel 12 , sub b van de WWB is in ieder geval sprake indien: a. de ouder of ouders zijn overleden of in het buitenland wonen; b. belanghebbende in het kader van de Wet op de jeugdhulpverlening buiten het gezinsverband van zijn ouder of ouders is geplaatst; 3. 3. De in lid 1 genoemde toeslag bedraagt voor de jongere, die niet meer in het gezinsverband van zijn ouder of ouders leeft, het verschil tussen de norm voor een 21-jarige (incl. gemeentelijke toeslag) en de voor de jongere zelf van toepassing zijnde bijstandsnorm; 4. De in lid 1 genoemde toeslag bedraagt voor de samenwonende jongeren het verschil tussen van de gezinsnorm van 21 jaar en ouder (artikel 21 onder c WWB) en de voor hen van toepassing zijnde bijstandsnorm zoals bedoeld in artikel 20 WWB; 5. De in lid 1 genoemde toeslag wordt verhaald overeenkomstig het gesteld in artikel 61 WWB

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel