Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 3.8

Bebouwing en bouwplicht

Onderdeel van Algemene Verkoopvoorwaarden voor de verkoop van grond door de gemeente Geertruidenberg 2002

a.   Binnen twee jaar na datum van het ondertekenen van de notariële akte van levering moet de op de grond te stichten bebouwing voltooid en gebruiksklaar zijn overeenkomstig het door de gemeente goedgekeurde bouwplan. Indien daartoe aanleiding bestaat, kan deze termijn door burgemeester en wethouders worden verlengd. b.   Zolang niet is voldaan aan de in lid a. van dit artikel vermelde verplichting, mag de wederpartij de grond niet zonder toestemming van burgemeester en wethouders in eigendom of economische eigendom overdragen, in erfpacht uitgeven, met beperkte rechten bezwaren, verhuren of verpachten, dan wel op andere wijze in gebruik afstaan. Aan deze toestemming kunnen voorwaarden worden verbonden. Voor vestiging van het recht van hypotheek is geen toestemming nodig. c.   Het bepaalde in lid b. van dit artikel is niet van toepassing in geval van executoriale verkoop en van verkoop op grond van artikel 3:174 Burgerlijk Wetboek. d.   De in lid b. van dit artikel bedoelde toestemming wordt geacht te zijn verleend als de overdracht van de onderhavige grond geschiedt ter uitvoering van een tussen de in de verkoopovereenkomst genoemde wederpartij en diens koper(s) gesloten koop- aannemingsovereenkomst, waarbij genoemde wederpartij zich tegenover die koper(s) verplicht, de in de verkoopovereenkomst genoemde opstallen te bouwen. e.   Het in dit artikel in lid d. gestelde, geldt uitsluitend voor de in de verkoopovereenkomst genoemde koper(s) en gaat niet over op diens rechtsopvolgers. f.    Indien na verloop van de in lid a. van dit artikel genoemde termijn de bebouwing wel is aangevangen maar nog geen 5O°Io van de geschatte bouwtijd is verlopen, is de weder- partij aan de gemeente een schadevergoeding verschuldigd ter grootte van 10% van de koopsom. g.   Indien na verloop van de in lid a. van dit artikel genoemde termijn de bebouwing is aangevangen, en meer dan 50% van de bebouwing gereed is, verlenen burgemeester en wethouders uitstel van de bouwplicht voor de periode van de geschatte bouwtijd van het restant van de bebouwing. Indien na verloop van die verlenging nog steeds een wezenlijk deel van de bebouwing moet geschieden, is de wederpartij aan de gemeente een schadevergoeding verschuldigd overeenkomstig het bepaalde in lid f. van dit artikel, onverminderd het recht van de gemeente om volledige nakoming van de bouw- plicht te vorderen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel