a. De wederpartij verplicht zich de op de verkochte grond te bouwen woning uitsluitend
te zullen gebruiken om die zelf (met haar eventuele gezinsleden) te bewonen en die
woning met de daartoe behorende grond niet aan derden te zullen doorverkopen,
een en ander behoudens het vermelde in de hierna volgende leden.
b. Het bepaalde in het vorige lid is niet van toepassing in geval van:
1. verkoop op grond van een machtiging van de rechter als bedoeld in artikel 3:174 Burgerlijk Wetboek;
2. executoriale verkoop;
3. schriftelijke ontheffing door burgemeester en wethouders als bedoeld in lid d. van dit artikel.
c. Het bepaalde in de leden a. en b. van dit artikel vervalt nadat de wederpartij
de desbetreffende woning gedurende vijf jaar achtereenvolgend heeft bewoond.
Als maatstaf geldt hierbij de datum waarop en de tijd gedurende welke de wederpartij
als bewoonster van het desbetreffende adres in het bevolkingsregister is ingeschreven.
d. Burgemeester en wethouders kunnen schriftelijk ontheffing verlenen van het bepaalde
in dit artikel. Deze ontheffing wordt steeds verleend in geval van:
1. verandering van werkkring van de wederpartij of diens partner op grond waarvan
redelijkerwijs verhuisd dient te worden;
2. overlijden van de wederpartij of één van zijn gezinsleden;
3. noodzakelijke verkoop van de woning ingeval van ontbinding van het huwelijk
van de wederpartij door echtscheiding of ontbinding van een
samenlevingsovereenkomst c.q. beëindiging van een geregistreerd partnerschap,
blijkend uit de gemeentelijke bevolkingsadministratie;
4. verhuizing waartoe wordt genoodzaakt door de gezondheid van de wederpartij
of van een van haar gezinsleden;
5. andere door de wederpartij aan te tonen omstandigheden die handhaving van
de plicht tot zelfbewoning onredelijk maken.
Hoofdstuk 3
Artikel 3.9
Verplichting zelfbewoning en verbod doorverkooo (particulieren)
Onderdeel van Algemene Verkoopvoorwaarden voor de verkoop van grond door de gemeente Geertruidenberg 2002