Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2 › Afdeling 3

Artikel 2.3.10

Speelautomatenhallen

Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening Goes 2010

1.. Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een speelautomatenhal te vestigen of te exploiteren. De burgemeester kan voor maximaal één speelautomatenhal een vergunning verlenen. 2.. Aan de vergunning voor een speelautomatenhal worden voorschriften en beperkingen verbonden. Deze hebben in ieder geval betrekking op: de sluitingstijden van de speelautomatenhal; het toezicht in de speelautomatenhal; het aantal en type speelautomaten dat mag worden opgesteld; de exploitatie van de hal. 3.. De vergunning voor een speelautomatenhal wordt geweigerd, indien: niet wordt voldaan aan de krachtens artikel 30d, vierde lid, van de Wet geldende eisen; vaststaat of met reden is te vrezen, dat de vestiging van de speelautomatenhal ontoelaatbare aantasting van het woon- en leefklimaat in de naaste omgeving tot gevolg zal hebben of het karakter van de winkelstraat of de winkelbuurt op ontoelaatbare wijze nadelig beïnvloedt; de exploitatie of vestiging van de speelautomatenhal strijdig is met een geldend bestemmingsplan, dan wel een stadsvernieuwingsplan of leefmilieuverordening in de zin van de Wet op de stads- en dorpsvernieuwing; de aanvrager de bij of krachtens titel Va van de Wet vastgestelde bepalingen of het bepaalde in dit artikel heeft overtreden in de drie jaren voorafgaande aan het moment van vraag van de vergunning; door het verlenen van de vergunning zou worden afgeweken van het bepaalde in het derde lid, tweede volzin. 4.. De vergunning voor een speelautomatenhal wordt ingetrokken indien; de gegevens, die met het oog op de verkrijging van de vergunning zijn verstrekt, zodanig onjuist of onvolledig blijken, dat op de aanvraag een andere beslissing zou zijn genomen als bij de beoordeling daarvan de juiste omstandigheden volledig bekend waren geweest; indien niet langer wordt voldoen aan de krachtens artikel 30d, vierde lid, onder a, geldende eisen. 5.. De vergunning voor een speelautomatenhal kan worden ingetrokken indien: de vergunninghouder de bij of krachtens de Wet vastgestelde bepalingen, de aan de vergunning voor de speelautomatenhal verbonden voorschriften of het bepaalde in dit artikel heeft overtreden; de exploitatie van de speelautomatenhal voor een periode langer dan 24 weken wordt onderbroken; de vrees gewettigd is, dat het van kracht blijven van de vergunning ernstig gevaar zou opleveren voor de openbare orde, veiligheid of zedelijkheid.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel