**1..** In dit artikel en in artikel 2.3.10 wordt verstaan onder:
Wet: de Wet op de kansspelen;
speelautomaat: automaat als bedoeld in artikel 30, onder
a van de Wet;
behendigheidsautomaat: automaat als bedoeld in artikel
30, onder b van de Wet;
kansspelautomaat/internetgokzuil: automaat als bedoeld
in artikel 30, onder c van de Wet;
hoogdrempelige inrichting: inrichting als bedoeld in
artikel 30, onder d van de Wet;
laagdrempelige inrichting: inrichting als bedoeld in
artikel 30, onder e van de Wet;
speelautomatenhal: een inrichting als bedoeld in artikel
30c, eerste lid, onder c van de Wet.
**2..** In hoogdrempelige inrichtingen zijn drie speelautomaten
toegestaan, waarvan maximaal twee kansspelautomaten. In
laagdrempelige inrichtingen zijn drie speelautomaten toegestaan,
met dien verstande dat kansspelautomaten in het geheel niet zijn
toegestaan.
HOOFDSTUK 2 › Afdeling 3
Artikel 2.3.9
Speelautomaten en speelautomatenhallen
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening Goes 2010