Naar hoofdinhoud
1. Elke in de raad vertegenwoordigde groepering legt, binnen drie maanden na het einde van een kalenderjaar, aan de raad verantwoording af over de besteding van de bijdrage voor ondersteuning onder overlegging van een verslag. 2. De raad stelt de bedragen vast van:a. de uitgaven van een in de raad vertegenwoordigde groepering die in het vorige kalenderjaar uit de bijdrage bekostigd zijn;b. de wijziging van de reserve;c. de resterende reserve;d. de verrekening tussen de in onderdeel a. genoemde uitgaven en het ontvangen voorschot en, voor zover nodig, de hoogte van de terugvordering van ontvangen voorschotten.

Rechtspraak bij dit artikel