Hij die handelt in strijd met 4.4 5.4, 6.4 of 7.4 van deze verordening, wordt gestraft met een geldboete van de tweede categorie.
Artikel 10.2 Opsporingsbevoegdheid
De opsporing van de in artikel 4.4 5.4, 6.4 of 7.4 strafbaar gestelde feiten is, naast de in artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering genoemde opsporingsambtenaren, opgedragen aan hen die door het bevoegd gezag met de zorg voor de naleving van deze verordening zijn belast, ieder voor zover het de feiten betreft die in de aanwijzing zijn vermeld.