**1..** Indien en voor zover blijkt dat een belanghebbende schade lijdt of zal lijden, die redelijkerwijze niet of niet geheel te zijnen laste behoort te blijven, kent het bevoegd gezag hem op zijn aanvraag een naar billijkheid te bepalen schadevergoeding toe. Het betreft schade ten gevolge van:
de weigering van het bevoegd gezag om een vergunning tot wijziging, afbraak of verwijdering van
een gemeentelijk monument
een gemeentelijk dorpsgezicht
een gemeentelijk groen of landschapsmonument
te verlenen als bedoeld in artikel 4.4, 5.4 of 6.4 van deze verordening;
de weigering van het college van een vergunning voor het plegen van graafwerkzaamheden binnen een archeologisch verwachtingsgebied als bedoeld in artikel 7.4 tweede lid van deze verordening;
de voorschriften door het bevoegd gezag verbonden aan een vergunning als bedoeld in 4.4, 5.4 6.4 of 7.4 van deze verordening.
**2..** Voor de behandeling van de aanvragen om schadevergoeding geldt dezelfde procedure als voor planschade op basis van artikel 6.1. t/m 6.7 van de Wet op de ruimtelijke ordening.