Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 7 › Paragraaf 2

Artikel 7.7

Stillegging van de ingevolge de vergunning gebezigde grondwerkzaam heden in een archeologische verwachtingszone

Onderdeel van Erfgoedverordening Leudal 2011

1. Indien tijdens de grondwerkzaamheden vondsten zijn of worden aangetroffen waarvan vaststaat of redelijkerwijs het vermoeden bestaat dat archeologische waarden in het geding zijn, treed artikel 53 van de Monumentenwet 1988 inwerking. 2. Ingevolge artikel 53 lid a van de Monumentenwet 1988 geeft het bevoegd gezag of de door het college aangewezen persoon onverwijld kennis van de vondst aan onze Minster. 3. Het bevoegd gezag of de door het college aangewezen personen kunnen de grondwerkzaamheden maximaal 2 dagen stilleggen indien tijdens de werkzaamheden vondsten zijn of worden aangetroffen, waarvan vaststaat of redelijkerwijs het vermoeden bestaat dat archeologische waarden in het geding zijn. 4. De gerechtigde tot een roerend monument als bedoeld in het eerste lid, is gehouden het monument gedurende zes maanden, te rekenen van de dag van de in het eerste lid bedoelde melding, ter beschikking te houden of te stellen voor wetenschappelijk onderzoek. 5. Eventuele kosten voor stillegging zijn voor rekening van de vergunningaanvrager.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel