Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 7 › Paragraaf 2

Artikel 7.6

Voorbereiding en de beslissing op de aanvraag om vergunning

Onderdeel van Erfgoedverordening Leudal 2011

1. Het bevoegd gezag kan een afschrift van de ontvankelijke aanvraag om vergunning sturen aan de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit voor advies. 2. De Commissie Ruimtelijke Kwaliteit adviseert, indien van toepassing, schriftelijk over de aanvraag binnen 4 weken na verzending van het afschrift. 3. Het bepaalde in de leden 1 en 2 is niet van toepassing indien de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit reeds eerder positief heeft geadviseerd en het ingediende plan in overeenstemming is met het eerdere advies. 4. Bij overschrijding van de in het tweede lid genoemde termijn wordt de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit geacht geen overwegende bezwaren tegen de wijziging te hebben en positief te hebben geadviseerd. 5. De vergunning van de aanvraag als bedoeld in artikel 7.5 van deze verordening kan slechts worden verleend indien het belang van het cultureel erfgoed en archeologische bodemarchief zich daartegen niet verzet 6. Het bevoegd gezag kan aan een vergunning van de aanvraag als bedoeld in artikel 8.5 van deze verordening voorschriften verbinden in het belang van het cultureel erfgoed zoals o.a.: de verplichting tot het doen van onderzoek of een opgraving; De verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een vergunninghoudende partij op het terrein van de archeologische monumentenzorg (archeologische begeleiding). de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor het archeologische relicten in de bodem kunnen worden behouden

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel