**1.** De vergunning kan door het bevoegde gezag worden ingetrokken indien blijkt dat:
de vergunning ten gevolge van een onjuiste of onvolledige opgave is verleend;
de vergunninghouder de voorschriften als bedoeld in artikel 4.4, 5.4 6.4, of 7.4 niet naleeft;
de omstandigheden aan de kant van de vergunninghouder zich zodanig hebben gewijzigd dat het belang van het cultureel erfgoed zwaarder dient te wegen;
niet binnen 2 jaar na het onherroepelijk worden van de vergunning, van de vergunning gebruik wordt gemaakt;
**2.** De beschikking tot intrekking wordt in afschrift gezonden aan de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit.
Hoofdstuk 8 › Paragraaf 2
Artikel 8.5
Intrekken van de vergunning
Onderdeel van Erfgoedverordening Leudal 2011