1.. De toeslag als bedoeld in artikel 30 van de wet bedraagt voor de alleenstaande van 21 jaar, in afwijking van de artikelen 3 en 5, nihil.

2.. De toeslag als bedoeld in artikel 30 van de wet bedraagt voor de alleenstaande van 22 jaar, in afwijking van artikel 3, eerste lid, 10 procent van de gehuwdennorm;

3.. De toeslag als bedoeld in artikel 30 van de wet bedraagt voor de alleenstaande van 22 jaar, die geen woning bewoont, 2 procent van de gehuwdennorm.