Dit hoofdstuk is niet van toepassing op de ambtenaar
die is ontslagen met ingang van 1 januari 2001 of later.
(Zie ook artikel 10:29 lid 1)
**1.** De betrokkene, bedoeld in artikel 10:1, eerste lid, heeft recht
op wachtgeld met ingang van de dag waarop het ontslag ingaat,
tenzij de betrokkene :
ter zake van dat ontslag recht heeft op een pensioen
wegens het bereiken van de pensioengerechtigde
leeftijd;
op dat moment recht heeft op een WAO-uitkering, berekend
naar een arbeidsongeschiktheid van 80% of meer;
terzake van dat ontslag recht heeft op een suppletie als
bedoeld in hoofdstuk 11a van deze regeling.
**2.** De betrokkene, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, heeft
recht op wachtgeld met ingang van de dag waarop de mate van
arbeidsongeschiktheid op een lager percentage wordt vastgesteld
dan 80. De hoogte van dit wachtgeld wordt vastgesteld te rekenen
vanaf de datum van ontslag. Ter bepaling van de duur van het
wachtgeld wordt voor de toepassing van:
artikel 10:7 als ingangsdatum uitgegaan van de datum met
ingang waarvan de mate van arbeidsongeschiktheid op een
lager percentage wordt vastgesteld, waarbij voor de
toepassing van het vierde lid tevens een WAO-uitkering,
in voorkomend geval vermeerderd met een
invaliditeitspensioen vastgesteld naar een mate van
arbeidsongeschiktheid van 80% of meer mede in aanmerking
wordt genomen;
artikel 10:8 als ingangsdatum uitgegaan van de datum van
ontslag.
**3.** De betrokkene, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, heeft na
afloop van de suppletie, bedoeld in artikel 11a:5, onderdeel a,
recht op wachtgeld indien hij bij het buiten toepassing laten
van het eerste lid, onderdeel c, op grond van het ontslag uit de
betrekking waarvoor hij arbeidsongeschikt is verklaard recht zou
hebben op wachtgeld waarbij de duur zou worden vastgesteld
ingevolge artikel 10:8 van dit besluit. Het wachtgeld gaat in op
de eerste dag volgende op die waarop de suppletie op grond van
artikel 11a:5, onderdeel a, is geëindigd. Het eindigt op het
tijdstip waarop het wachtgeld dat, te rekenen vanaf de dag
waarop het ontslag is ingegaan, zou zijn toegekend ingevolge
artikel 10:8, bij het buiten toepassing laten van het eerste
lid,onderdeel c, zou zijn geëindigd. Op de hoogte van dit
wachtgeld is artikel 10:10 van toepassing in die zin dat
gerekend wordt vanaf het tijdstip waarop het ontslag is
ingegaan.