Hoofdstuk 11 is niet van toepassing op de ambtenaar of
arbeidscontractant die ontslagen is met ingang van 1 januari
2001 of later. (Zie ook artikel 11:32 lid 1.)
**1.** In dit hoofdstuk wordt verstaan onder 'bezoldiging': de
bezoldiging bedoeld in artikel 3:1, tweede lid van deze regeling
zoals deze laatstelijk vóór het ontslag aan de betrekking was
verbonden, vermeerderd met de vakantietoelage bedoeld in artikel
6:3 van deze regeling, en de eindejaarsuitkering bedoeld in
artikel 3:6.
**2.** Voor zover in de bezoldiging een bedrag moet worden begrepen
wegens de vergoeding, bedoeld in artikel 3:3 van deze regeling,
wordt dit bedrag berekend naar het gemiddelde over de aan de dag
van het ontslag voorafgaande twaalf volle kalendermaanden.
**3.** Indien in de bezoldiging anders dan wegens periodieke verhoging
wijziging zou zijn gekomen als betrokkene de betrekking op die
bezoldiging zou zijn blijven vervullen, geldt met ingang van de
dag van in werking treden van die wijziging het gewijzigde
bedrag als bezoldiging.
**4.** Indien de bezoldiging wegens verminderde werkzaamheden
voorafgaande aan de opheffing van de betrekking lager was dan
zonder verminderde werkzaamheden het geval zou zijn geweest, kan
de bezoldiging ten gunste van betrokkene worden herzien.