**1.** De tegemoetkoming in reiskosten bedoeld in artikel 18:1:6,
eerste en vierde lid, is gelijk aan de gemaakte kosten van het
openbaar vervoer op basis van het tarief van de tweede
klasse.
**2.** De vergoeding die plaatsvindt op basis van het eerste lid is,
voor dat deel dat gebruik wordt gemaakt van de trein,
gemaximeerd op het bedrag van € 3.984 per jaar.
**3.** De betrokkene die met de trein reist en van de woning of het
pension met het ander (aansluitend) openbaar vervoer naar het
eerst mogelijke station kan reizen maar van dit openbaar vervoer
geen gebruik maakt en in de plaats daarvan met eigen vervoer
naar dat station reist, ontvangt een tegemoetkoming van € 103,78
op jaarbasis.
**4.** De tegemoetkoming in reiskosten bedoeld in artikel 18:1:6,
eerste en vierde lid, is, indien het college de plaats van
tewerkstelling van een betrokkene heeft aangewezen als een
plaats van tewerkstelling die niet door openbaar vervoer is te
bereiken, of indien de betrokkene behoort tot een aangewezen
groep voor wie de plaats van tewerkstelling vanwege de
opgedragen werktijden niet per openbaar vervoer is te bereiken,
€ 0,17 per kilometer met een maximum van 20 kilometer enkele
reis.
**5.** De betrokkene, die naar het oordeel van het college de plaats
van tewerkstelling met het openbaar vervoer kan bereiken maar
daarvan geen gebruik maakt, heeft aanspraak op een
tegemoetkoming van 25% van de tegemoetkoming bedoeld in het
vierde lid.