Vast te stellen de indieningsvereisten voor een volledige en ontvankelijke goede ruimtelijke onderbouwing t.b.v. een aanvraag tot een afwijking van het bestemmingsplan ex artikel 2.12 lid 1a sub 3 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), zoals weergegeven in de bijlage behorende bij deze beleidslijn.
Toelichting:
Door het vaststellen van de indieningsvereisten bij de beleidslijn kunnen wij, indien wij zonder vooroverleg worden ‘overvallen’ door een prompte niet-volledige aanvraag, besluiten deze niet verder in behandeling te nemen wegens onvolledigheid van de voorgeschreven goede ruimtelijke onderbouwing. Doen wij dit niet op heel korte termijn, dan zijn wij verplicht inhoudelijk te besluiten op een niet goed en niet integraal te beoordelen aanvraag. Voor de onderdelen van de aanvraag omgevingsvergunning, niet zijnde de goede ruimtelijke onderbouwing, gelden uiteraard de bepalingen zoals opgenomen in de Regeling omgevingsrecht (Mor).
Artikel III.
Artikel III.
Onderdeel van Beleidslijn uitgangspunten toepassing afwijkingen van het bestemmingsplan ex artikel 2.12 lid 1a sub 3 Wabo