1. Bijzondere bijstand in de vorm van een garantietoeslag kan worden verstrekt indien:
a. bij een alleenstaande ouder het jongste, in de gezinsbijstand inbegrepen kind, 18 jaar wordt en daardoor niet meer ten laste van de ouder komt, als gevolg waarvan op de ouder het normbedrag voor een alleenstaande van toepassing wordt en
b. dit kind tot het huishouden blijft behoren.
2. De bijzondere bijstand als bedoeld in het eerste lid is gelijk aan het verschil tussen de som van de inkomens van de voormalige alleenstaande ouder en het kind en het normbedrag voor gehuwden, genoemd in artikel 21 van de wet en wordt verstrekt zolang het kind de leeftijd van 21 jaar nog niet heeft bereikt.
Hoofdstuk II › Afdeling 6
Artikel 11
Artikel 11
Onderdeel van Beleidsregels bijzondere bijstand 2009