Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk II › Afdeling 5

Artikel 10

Criteria

Onderdeel van Beleidsregels bijzondere bijstand 2009

1. Een persoon van 18, 19 of 20 jaar heeft slechts recht op bijzondere bijstand voor zover de noodzakelijke kosten van het bestaan van de belanghebbende uitgaan boven de toepasselijke bijstandsnorm en voor deze kosten geen beroep kan worden gedaan op de ouders, omdat: a. de middelen van de ouders daartoe niet toereikend zijn, of b. de belanghebbende redelijkerwijs het onderhoudsrecht jegens de ouders niet te gelde kan maken. 2. Van noodzakelijke bestaanskosten, die de toepasselijke bijstandsnorm te boven gaan, kan uitsluitend sprake zijn ingeval de belanghebbende, als bedoeld in het eerste lid, zelfstandige huisvesting heeft én deze zelfstandige huisvesting noodzakelijk is. 3. De bijzondere bijstand wordt vastgesteld, rekening houdend met de individuele omstandigheden, doch maximaal op de ingevolge artikel 21 van de wet geldende norm voor een 21-jarige.

Rechtspraak bij dit artikel