Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk II › Afdeling 4

Artikel 9

Geldlening

Onderdeel van Beleidsregels bijzondere bijstand 2009

1. Indien een geldlening als bedoeld in artikel 8 wordt verstrekt, worden de aflossingsbedragen en de duur van de aflossing mede afgestemd op de omstandigheden, mogelijkheden en middelen van de belanghebbende. 2. Bij deze afstemming wordt het betoonde besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan betrokken en kan bepaald worden dat rente is verschuldigd over de geldlening. 3. Tenzij de afstemming als omschreven in het eerste en tweede lid aanleiding geeft hiervan af te wijken, wordt de duur van de aflossing op 36 maanden en de flossingsbedragen op 6% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm gesteld, verhoogd met de maximale gemeentelijke toeslag. 4. Een vastgestelde aflossingsperiode en/of aflossingsbedrag kan herzien worden, indien een wijziging in de omstandigheden, mogelijkheden of middelen van de belanghebbende daartoe aanleiding geeft.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel