Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk II › Afdeling 7

Artikel 13

Woonkosten

Onderdeel van Beleidsregels bijzondere bijstand 2011

1. Wanneer deze de maximale rekenhuur op grond van de Wet op de huurtoeslag niet overschrijden, bestaat recht op bijzondere bijstand voor woonkosten, indien: a. een huurwoning wordt bewoond, waarvoor recht bestaat op een huurtoeslag, maar deze is berekend met inachtneming van een basishuur, die hoger is dan de basishuur bij de laagste inkomensklasse; b. een huurwoning, huurwoonwagen of huurwoonboot wordt bewoond, waarvoor nog geen recht of geen recht meer bestaat op een huurtoeslag, omdat deze alleen wordt verstrekt wanneer gedurende de volledige maand huur is verschuldigd; c. een eigen woning, woonwagen of woonboot wordt bewoond. 2. De bijzondere bijstand, als bedoeld in het eerste lid, is gelijk aan de huurtoeslag, berekend in overeenstemming met de Wet op de huurtoeslag maar met inachtneming van de basishuur bij de laagste inkomensklasse en van de periode waarover nog geen recht of geen recht meer bestaat op een huurtoeslag, en verminderd met de toegekende huurtoeslag of een daarmee vergelijkbare bijdrage in de woonkosten. 3. Wanneer de woonkosten de in het eerste lid bedoelde rekenhuur overschrijden, wordt de bijzondere bijstand in overeenstemming met lid 2 van deze regel berekend, met dien verstande dat de woonkosten die uitgaan boven de maximale rekenhuur volledig voor bijstand in aanmerking komen. 4. Aan de verstrekking van de in lid 3 bedoelde bijstand wordt de verplichting verbonden, dat de belanghebbende zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk binnen 12 maanden na aanvang van deze bijstand verhuist naar passende woonruimte, waarvoor aanspraak op huurtoeslag bestaat.

Rechtspraak bij dit artikel