1. Ingeval van inwoning door bloed- of aanverwanten in de eerste graad van de belanghebbende(n) worden de netto inkomsten van deze verwanten als volgt in aanmerking genomen: de gezamenlijke inkomsten van de belanghebbende(n) en de verwanten worden verlaagd met:
a. de in artikel 21 onder c WWB of artikel 28 WIJ genoemde norm en
b. een bedrag ter hoogte van de in artikel 21 onder a WWB of artikel 26 WIJ genoemde norm per verwant. 2. Het resterende bedrag wordt volledig in mindering gebracht op de, op grond van artikel 13 vastgestelde bijzondere bijstand voor woonkosten.
Hoofdstuk II › Afdeling 7
Artikel 14
Inwoning door bloed- of aanverwanten
Onderdeel van Beleidsregels bijzondere bijstand 2011