**1..** Indien het inkomen van een persoon met beperkingen meer bedraagt dan
1,5 maal het norminkomen wordt het bezit van een personenauto
algemeen gebruikelijk geacht, zodat een auto of een met een auto
vergelijkbare voorziening en de daarmee samenhangende gebruiks- en
onderhoudskosten niet in aanmerking komen voor verstrekking of
vergoeding.
**2..** In afwijking van het gestelde in het eerste lid kan een persoon als
bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder g, onderdeel 5 en 6 van de
wet voor een vervoersvoorziening in de vorm van een rolstoeltaxi,
niet zijnde een collectieve vervoersvoorziening, in aanmerking komen
indien het inkomen niet meer bedraagt dan 2 maal het
norminkomen.