Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5.

Artikel 5.4

Inkomensgrens vervoersvoorzieningen

Onderdeel van Verordening WMO

1.. Indien het inkomen van een persoon met beperkingen meer bedraagt dan 1,5 maal het norminkomen wordt het bezit van een personenauto algemeen gebruikelijk geacht, zodat een auto of een met een auto vergelijkbare voorziening en de daarmee samenhangende gebruiks- en onderhoudskosten niet in aanmerking komen voor verstrekking of vergoeding. 2.. In afwijking van het gestelde in het eerste lid kan een persoon als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder g, onderdeel 5 en 6 van de wet voor een vervoersvoorziening in de vorm van een rolstoeltaxi, niet zijnde een collectieve vervoersvoorziening, in aanmerking komen indien het inkomen niet meer bedraagt dan 2 maal het norminkomen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel