Een persoon met beperkingen komt niet in aanmerking voor een individuele voorziening
als bedoeld in artikel 4.1 sub b en c als het gaat om de volgende situaties:
Het treffen van voorzieningen aan een woning waarin de ondervonden problemen bij
het normale gebruik van de woning voortvloeien uit de aard van de in de woning
gebruikte materialen;
Het treffen van voorzieningen aan hotels/pensions, trekkerswoonwagens,
kloosters, tweede woningen, vakantiewoningen, recreatiewoningen en bij
kamerverhuur;
Het treffen van voorzieningen in specifiek op mensen met beperkingen gerichte
woongebouwen voor wat betreft voorzieningen in gemeenschappelijke ruimten dan wel
voorzieningen die bij nieuwbouw of renovatie zowel in gemeenschappelijke ruimten
als in de wooneenheden zonder noemenswaardige meerkosten meegenomen kunnen worden;
In uitzondering op het gestelde in sub c wordt voor gemeenschappelijke ruimten
wel voorzieningen getroffen voor het verbreden van toegangsdeuren, het aanbrengen
van automatische deuropeners, hellingbanen, het aanleggen van drempelhulpen of
vlonders, extra trapleuningen (bij een portiekwoning), een opstelplaats voor een
rolstoel bij de toegangsdeur van het woongebouw.
Afdeling II › Hoofdstuk 4
Artikel 4.9
Randvoorwaarden aan te passen woning
Onderdeel van Verordening individuele voorzieningen maatschappelijke ondersteuning 2011