Lid 1
Indien de deelneming eindigt wegens beëindiging van het dienstverband tussen de Werkgever en de Deelnemer, daaronder begrepen het overlijden van de Deelnemer, zal ter keuze van de Deelnemer dan wel de erfgenamen:
de Centraal Beheer Achmea Spaarloon Rekening worden aangehouden. Het bepaalde in dit reglement blijft onverminderd van kracht, behoudens dat geen stortingen van Spaarloon meer kunnen plaatsvinden anders dan de terugstorting van de verkoopopbrengst als bedoeld in artikel 12 lid 2 en dat de erfgenamen geen opnames kunnen doen als bedoeld in artikel 7 lid 2;
de Centraal Beheer Achmea Spaarloon Rekening worden opgeheven. Voor elke volle maand dat het Spaarloon korter dan een termijn van vier kalenderjaren na bijschrijving op de Centraal Beheer Achmea Spaarloon Rekening heeft uitgestaan, wordt een evenredig deel van Spaarloon aangemerkt als loon verstrekt door de Werkgever. Het Spaarloon, niet zijnde loon, zal worden overgeboekt naar de Tegenrekening, terwijl het loon zal worden overgemaakt naar de Werkgever, die na inhouding van premies en heffingen het alsdan resterende bedrag zal overmaken aan de Deelnemer dan wel de erfgenamen. Indien de keuze van de deelnemer dan wel de erfgenamen niet binnen 3 maanden na het beëindigen van het dienstverband, respectievelijk het overlijden van de Deelnemer, aan de Bank schriftelijk is kenbaar gemaakt, zal de Centraal Beheer Achmea Spaarloon Rekening worden aangehouden, overeenkomstig het hierboven onder a bepaalde. Alsdan zal het Spaarloon na verloop van de blokkeringsperiode ter vrije beschikking van de erfgenamen worden gesteld. Het vorenstaande is niet van toepassing, indien de Werkgever in staat van faillissement is komen te verkeren, is geliquideerd, naar het buitenland is verplaatst of om welke reden dan ook niet meer inhoudingsplichtig is op grond van het bepaalde in de Wet. In onderling overleg tussen de Bank en de Werkgever kan van de hiervoor bedoelde termijn van 3 maanden na het beëindigen van het dienstverband, respectievelijk het overlijden van de Deelnemer worden afgeweken.
Lid 2
Als de deelneming eindigt door opzegging door de Deelnemer, als bedoeld in artikel 3 lid 4 sub b, of door de beëindiging door de Werkgever of de Bank, als bedoeld in artikel 3 lid 4 sub c, dan geldt het bepaalde onder lid 1 sub a.
Lid 3
De Werkgever zal de Bank schriftelijk in kennis stellen van de beëindiging van het dienstverband, de beëindiging van de deelname door de Deelnemer en van het overlijden van de Deelnemer.