Het is verboden afvalstoffen op een zodanige plaats op te slaan of opgeslagen te hebben dat het hinder of overlast veroorzaakt en/of vanaf een voor het publiek toegankelijke plaats zichtbaar is.
Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor de inzamelmiddelen die door de inzameldienst of krachtens artikel 11, tweede lid aangewezen personen of instanties ter beschikking gestelde inzamelmiddelen en - voorziening en het ter inzameling aanbieden van afvalstoffen voor zover in overeenstemming met het bij of krachtens deze verordening bepaalde.
Burgemeester en wethouders kunnen van het in het eerste lid omschreven verbod ontheffing verlenen. Aan een ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden ter bescherming van het milieu.
Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing voor zover de Wet milieubeheer of de provinciale milieuverordening van toepassing is.