In dit artikel wordt de zogeheten ‘nulfraude’ geregeld: het verstrekken van onjuiste of onvolledige inlichtingen, zonder dat deze gedraging gevolgen heeft voor de hoogte van de bijstand.
De basis voor het opleggen van een maatregel als gevolg van nulfraude is gelegen in de wet en in deze verordening. Er wordt een maatregel opgelegd, tenzij de gedraging niet verwijtbaar wordt geacht. Voorts zijn de uitgangspunten van “hoogwaardig handhaven” van toepassing. Daarbij is de klant zelf verantwoordelijk voor het naleven van de verplichtingen die verbonden zijn aan het recht op een uitkering” en hanteert het college bij het opleggen van een maatregel het principe van “streng en rechtvaardig”.
Hoofdstuk
Artikel 11
Verstrekken van onjuiste of onvolledige inlichtingen zonder gevolgen voor de bijstand
Onderdeel van Verordening afstemming en handhaving Wet Werk en Bijstand 2007 met toelichting