Indien een belanghebbende de voor de verlening van uitkering, het werkleeraanbod of de inkomensvoorziening van belang zijnde gegevens of gevorderde bewijsstukken niet op tijd verstrekt,kan het college het recht op uitkering of inkomensvoorziening opschorten. Het college biedt vervolgens een termijn waarbinnen de belanghebbende het verzuim kan herstellen (de hersteltermijn). Wordt de gevraagde informatie niet binnen de gestelde termijn aan de gemeente verstrekt, dan kan het college het recht op uitkering of inkomensvoorziening intrekken.
Worden de gevraagde gegevens wél binnen de hersteltermijn verstrekt, wordt de uitkering of inkomensvoorziening voortgezet, maar wordt tevens een maatregel opgelegd.
Het eerste lid van dit artikel regels de hoogte van de maatregel. Tevens wordt daarin de zogeheten “nulfraude” geregeld: het verstrekken van onjuiste of onvolledige inlichtingen, zonder dat deze gedraging gevolgen heeft voor de uitkering, het werkleeraanbod of de inkomensvoorziening. Voorbeelden hiervan zijn het niet opgeven van een spaarrekening met een saldo van een paar euro, het vervangen van een auto zonder restwaarde of de komst/vertrek van één van de inwonende minderjarige kinderen. In principe kan bij een dergelijke gedraging volstaan worden met het geven van een waarschuwing, tenzij die in de voorgaande twee jaar al eerder werd gegeven. Een besluit waarbij om dringende redenen is afgezien van het opleggen van een maatregel telt mee bij het bepalen of er sprake is van herhaling van verwijtbaar gedrag.
Een schriftelijke waarschuwing is een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht, maar telt niet mee bij de recidivebepaling. Dus als een belanghebbende een schriftelijke waarschuwing heeft gekregen en hij maakt zich opnieuw schuldig aan een verwijtbare gedraging dan wordt de bij die gedraging behorende standaardmaatregel opgelegd.