In dit artikel is in procedurele zin aangegeven op welke wijze door een of meer overlegpartners
kenbaar wordt gemaakt dat men de Onderwijsraad wil inschakelen voor advies over aspecten uit de
vast te stellen Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs die betrekking hebben op de vrijheid
van rich
11
advies verzoekt, inhoudelijk en gemotiveerd aangeeft op welke onderwerpen de adviesaanvraag
betrekking heeft.
Tevens is erin voorzien dat in het bestuurlijk overleg van gedachten kan worden gewisseld over de
inhoud van het verzoek aan de Onderwijsraad. Dit tegen de achtergrond dat iedereen erbij gebaat is
dat duidelijkheid bestaat over de beweegredenen bij één, meer of alle partijen om zich tot de
Onderwijsraad te wenden.
Deze gedachtenwisseling laat uiteraard het recht van een individueel schoolbestuur of van de
gemeente om de Onderwijsraad in te schakelen, ook wanneer de andere overlegpartners daaraan
geen behoefte hebben, onverlet. Daarnaast zal ook de Onderwijsraad in het kader van zijn advisering
geïnformeerd willen worden over de (mogelijk afwijkende) zienswijzen van alle partners uit het
bestuurlijk overleg.
In het vierde lid wordt bepaald in welke situatie er in ieder geval nader bestuurlijk overleg plaatsvindt
over het advies van de Onderwijsraad. Dit is aan de orde wanneer de Onderwijsraad adviseert om
inhoudelijke wijzigingen aan te brengen in het voorstel tot vaststelling of wijziging van de verordening
onderwijshuisvesting. In alle andere gevallen maken burgemeester en wethouders de afweging of
nader bestuurlijk overleg noodzakelijk is. In het model is voor deze formule gekozen in plaats van een
benadering om ongeacht de strekking en inhoud van het advies standaard te bepalen dat nader
overleg plaats vindt over het uitgebrachte advies. Er kunnen zich namelijk situaties voordoen waarin
een dergelijk nader overleg geen toegevoegde waarde heeft, bijvoorbeeld wanneer het advies het
voorstel van burgemeester en wethouders onderschrijft. Uiteraard is er niets op tegen wanneer op
lokaal niveau hierbij een andere benadering wordt gevolgd zoals het standaard uitgaan van een
nader overleg of het bijeenroepen van een overleg indien een of meer overlegpartners naar
aanleiding van het toegezonden afschrift van het advies hierom binnen een bepaalde periode vraagt.
Overigens wordt nog opgemerkt dat de wettelijke bepalingen over de advisering van de
Onderwijsraad niets voorschrijven over een overlegmogelijkheid zoals hiervoor is beschreven. Er
wordt bepaald dat de Onderwijsraad advies uitbrengt aan de gemeenteraad. Het advies wordt
vervolgens bekendgemaakt tezamen met de verordening onderwijshuisvesting of de wijziging
daarvan (zie bijvoorbeeld artikel 76, zesde lid WBO).
Om te voorkomen dat eventueel nader overleg over het uitgebrachte advies tot een te grote
vertraging in het besluitvormingsproces leidt, is in het vierde lid uitgegaan van een vrij korte termijn
waarbinnen een dergelijk overleg zal dienen plaats te vinden. Om hierbij problemen te voorkomen
verdient het aanbeveling aan de vooravond van de indiening van het verzoek om advies met de
daarbij behorende stukken bij de Onderwijsraad alvast in onderling overleg enkele data te reserveren
voor een eventueel nader overleg. Hierbij kan ervan worden uitgegaan dat de Onderwijsraad drie tot
vier weken nodig heeft om tot een advies te komen. De wetgever heeft de adviestermijn namelijk
beperkt tot vier weken.