Naar hoofdinhoud
Burgemeester en wethouders kunnen tegen betaling van het in de heffingsverordening geregelde recht vergunning verlenen: aan de rechthebbende op een eigen graf tot het doen aanbrengen van een gemetseld graf in die grafruimte; aan de rechthebbende op een eigen graf tot het plaatsen van gedenktekens en/of tot het aanbrengen van beplanting op dat graf; aan een nabestaande van een in een algemeen graf begravene tot het plaatsen van een liggende zerk van vastgestelde grootte op dat graf. De aanvraag om de in het eerste lid bedoelde vergunning moet schriftelijk worden gedaan bij burgemeester en wethouders met inachtneming van de door hen vastgestelde regels. De vergunning, bedoeld in het eerste lid, wordt verleend: voor wat de eigen graven betreft, voor de tijd, gedurende hetwelk het recht op het graf bestaat; voor wat de algemene graven betreft , uiterlijk tot aan het tijdstip waarop het graf overeenkomstig artikel 32, vijfde lid, zal worden geruimd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel