Naar hoofdinhoud
Burgemeester en wethouders trekken de in artikel 21, eerste lid onder a. en b. bedoelde vergunning in, indien: de rechthebbende handelt of heeft gehandeld in strijd met de inhoud van de vergunning of met de daaraan verbonden voor­waarden; de rechthebbende, na door burgemeester en wethouders schriftelijk te zijn gewaarschuwd, in gebreke blijft voor het onder­houd, bedoeld in artikel 28, vierde lid te hunnen genoegen zorg te dragen; de rechthebbende nalatig is in de betaling van het krachtens de heffingsverordening verschuldigde recht. Indien een vergunning krachtens het eerste lid van dit artikel door burgemeester en wethouders wordt ingetrokken , is de rechthebbende verplicht de ingevolge die vergunning geplaatste voorwerpen van het graf te verwijderen binnen een door hen te bepalen termijn. Indien de rechthebbende hieraan niet voldoet, worden de voorwerpen op diens kosten van gemeentewege verwijderd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel