Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › Paragraaf 3.1

Artikel 3.1.3

Onteigeningswet

Onderdeel van Nota Grondbeleid

Onteigening wordt vaak gezien als het ‘ultimum remedium’, het laatste redmiddel. Het is de meest ver gaande inbreuk op het eigendomsrecht van een particulier of een bedrijf en wordt in de meeste gemeenten terughoudend toegepast. In Vlaardingen dateert de laatste onteigening van eind jaren ‘70/begin jaren ’80. Sindsdien wordt in enkele gevallen wel gedreigd met onteigening, maar wordt toch getracht er in der minne met de betreffende partijen uit te komen. Soms kan de gemeente eigendom verkrijgen door koop, soms lukt dat niet. Als de eigenaar van de grond en de gemeente het niet eens worden, kan de gemeente een onteigeningsprocedure inzetten. In de grote gemeenten, die hele wijken willen herontwikkelen, wordt onteigening vaak als probaat middel voor dergelijke grootscheepse verwervingstrajecten ingezet. Ook voor onteigening geldt het bezwaar, dat de administratieve en de gerechtelijke procedure veel tijd vergen en dat de formaliteiten zeer zwaar wegen. Realiseert de eigenaar de (voorgenomen) bestemming niet, dan kan de overheid er voor kiezen de onroerende zaken via de onteigeningswet te verwerven. Onteigening kan alleen plaatsvinden wanneer het algemeen belang daarmee aantoonbaar gediend is. De overheid moet aantonen dat de onteigening het algemeen belang dient en de voormalige eigenaar moet een goede schadeloosstelling ontvangen. De eigenaar mag door onteigening niet achteruit gaan in inkomen of vermogenspositie. De overheid moet op zijn minst een bestemmingsplan voor het beoogde gebied of een concreet bouwplan klaar hebben. De gemeente (of andere overheid) zal eerst proberen tot een oplossing te komen in de vorm van een schadevergoeding voor de grond en de kosten. Lukt dat niet, dan start de gemeente de onteigeningsprocedure. Die bestaat uit een administratieve procedure en een gerechtelijke procedure. Gedurende de administratieve procedure stelt de gemeente het onteigeningsplan officieel vast. Zolang het plan ter inzage ligt, kunnen bezwaren bij de gemeenteraad kenbaar worden gemaakt. Is de gemeenteraad akkoord, dan moet het plan nog door de Kroon worden goedgekeurd. Dan volgt de gerechtelijke procedure bij de rechtbank. Als de rechter op verzoek van de gemeente een onteigeningsvonnis uitspreekt, wordt onteigend. De rechter stelt ook de vergoeding vast die de gemeente moet betalen. Er is geen hoger beroep mogelijk tegen de uitspraak van de rechtbank, noch bij het gerechtshof noch bij de Hoge Raad. Men kan echter wel in cassatie bij de Hoge Raad (artikel 52 Onteigeningswet). Bij cassatie kan men echter alleen bezwaren aanvoeren tegen de manier waarop de rechtbank het recht uitlegt en niet tegen zijn oordeel over de feiten. Cassatie is derhalve beperkter dan hoger beroep.

Rechtspraak bij dit artikel