Volgens artikel 2.33, lid 2 onder a van de Wet algemene bepalingen
omgevingsrecht is het college van burgemeester en wethouders bevoegd
om een omgevingsvergunning geheel of gedeeltelijk in te trekken
indien gedurende drie jaar geen handelingen zijn verricht met
gebruikmaking van de vergunning.
Als niet tijdig de inrichting in gebruik is genomen dan wel de
inrichting is gewijzigd wordt aan de vergunninghouder een voornemen
van het intrekken van de omgevingsvergunning bekend gemaakt volgens
artikel 7 van deze beleidsregels.
Als een zienswijze is ingediend wordt bekeken of de ingediende
zienswijze aanleiding geeft tot het gunnen van een ruimere termijn
waarbinnen de inrichting in bedrijf moet zijn.
De termijn bedoeld onder c wordt naar redelijkheid en in het licht
van het concrete geval bepaald, maar bedraagt nooit meer dan 182
weken na het onherroepelijk worden van de verleende
omgevingsvergunning.
Artikel 2
Intrekkingsregeling bij activiteit milieu
Onderdeel van Beleidsregels intrekken omgevingsvergunning voor de activiteiten bouwen en milieu gemeente Bladel