Naar hoofdinhoud

Artikel 5

Zittingsperiode

Onderdeel van Verordening Zeeuwse Programmaraad 1998

1. De benoeming van de leden van de raad geschiedt voor een periode van 4 jaar. Bij de instelling van de raad zal tenminste de helft van de leden worden benoemd voor een periode van twee jaar. 2. Het lidmaatschap van de raad eindigt: a. op eigen (schriftelijk) verzoek; b. in het geval niet meer voldaan wordt aan het bepaalde in artikel 4, lid 3 t/m 6 en artikel 82k van de Mediawet; c. ontslag door de gemeenteraad; d. vervallenverklaring van het lidmaatschap op grond van het bepaalde in artikel 4, zeven-de lid. 3. In een vacature wordt zo spoedig mogelijk voorzien overeenkomstig hetgeen in deze verordening is bepaald omtrent benoeming. 4. Behoudens het geval dat toepassing is gegeven aan het bepaalde in het tweede lid, onder b en d van dit artikel, blijven de leden hun functie vervullen totdat hun opvolgers zijn benoemd. 5. Herbenoeming van de leden voor een aaneengesloten zittingsperiode is slechts eenmaal mogelijk.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel