**1..** Een persoon als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder g. onderdeel
5 en 6 van de wet kan voor een collectief systeem van aanvullend al
dan niet openbaar vervoer, zoals genoemd in artikel 5.1, lid 1 onder
a. in aanmerking worden gebracht indien aantoonbare beperkingen op
grond van ziekte of gebrek het onmogelijk maken om:
gebruik te maken van het openbaar vervoer, of
het openbaar vervoer te kunnen bereiken.
**2..** Een persoon als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder g. onderdeel
5 en 6 van de wet kan voor de in artikel 5.1, lid 1 onder b., c. en
d. vermelde voorziening in aanmerking worden gebracht wanneer:
aantoonbare beperkingen op grond van ziekte of gebrek het
gebruik van een algemene voorziening, waaronder het
collectief systeem van aanvullend al dan niet openbaar
vervoer, als bedoeld in artikel 5.1, lid 1 onder a.,
onmogelijk maken dan wel,
een algemene voorziening, waaronder een collectief systeem
van aanvullend al dan niet openbaar vervoer, als bedoeld in
artikel 5.1, lid 1 onder a., niet toereikend of aanwezig
is.