**1..** Bij de verlening van de voorziening genoemd in artikel 5.1 lid 1
onder b., c. en d., wordt rekening gehouden met de individuele
vervoersbehoefte van de aanvrager, de mate waarin de voorziening
genoemd in artikel 5.1, lid 1 onder a. in de individuele
vervoersbehoefte kan voorzien en de mate waarin de vervoersbehoeften
van echtgenoten samenvallen
**2..** Voor zover de behoeften van echtgenoten niet samenvallen wordt niet
meer dan anderhalf maal een enkele voorziening als bedoeld in
artikel 5.1 lid 1 onder c. sub 5, 6 en 7 toegekend.
**3..** Voorzover de ondersteuningsbehoevende in het bezit is van een
scootmobiel of een electrische buitenrolstoel wordt niet meer dan
75% van een enkele voorziening als bedoeld in artikel 5.1 lid 1
onder c sub 5, 6, 7 en 8 toegekend.
**4..** Voor zover de ondersteuningsbehoevende woonachtig is in een
verzorgingstehuis wordt niet meer dan 50% van een enkele voorziening
als bedoeld in artikel 5.1 lid 1 onder c. sub 5, 6,7 en 8
toegekend.
**5..** Bij de te verstrekken vervoersvoorziening wordt ten aanzien van de
vervoersbehoefte ten behoeve van maatschappelijke participatie
uitsluitend rekening gehouden met de verplaatsingen in de directe
woon- en leefomgeving in het kader van het leven van alledag, tenzij
zich een uitzonderingssituatie voordoet waarbij het gaat om een
bovenregionaal contact, dat uitsluitend door de aanvrager zelf
bezocht kan worden, terwijl het bezoek voor de aanvrager
noodzakelijk is om dreigende vereenzaming te voorkomen.
**6..** Indien het inkomen van een ongehuwde persoon of het gezamenlijk
inkomen van gehuwde personen meer bedraagt dan de in het Besluit
nadere regels voor de diverse categorieën genoemde inkomensgrenzen,
worden de krachtens deze verordening te verstrekken
vervoersvoorzieningen algemeen gebruikelijk geacht, zodat deze niet
in aanmerking komen voor verstrekking of vergoeding.
**7..** Het college kan nadere regels opstellen met betrekking tot het
bepaalde in dit artikel in het Besluit nadere regels.