De vergunning vervalt indien:
a. met de uitoefening van het beroep of bedrijf niet binnen één jaar na het
onherroepelijk worden van de vergunning een begin is gemaakt;
b. het beroep of bedrijf gedurende langer dan één jaar niet is
uitgeoefend;
c. het bedrijf is verwoest;
d. de houder der vergunning schriftelijk verklaard van de vergunning geen
gebruik te willen maken.