Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Verbod te lozen zonder vergunning

Onderdeel van Lozingsverordening Riolering 1990 III

1.. Het is verboden zonder vergunning van Burgemeester en Wethouders in de uitoefening van een beroep of bedrijf afvalstoffen, verontreinigende of schadelijke stoffen op de riolering te lozen. 2.. Onder afvalstoffen, verontreinigende of schadelijke stoffen worden voor de toepassing van dit artikel in ieder geval verstaan: a. stoffen, waarvan de vervuilingswaarde, uitgedrukt in inwonerequivalenten, meer bedraagt dan 100, berekend volgens bijlage I, onder D, sub I, van het Uitvoeringsbesluit verontreiniging rijkswateren; b. afvalwater, koelwater daaronder begrepen, in gemiddelde hoeveelheden van meer dan 25 m3 per etmaal, tenzij dit afvalwater uitsluitend is samengesteld uit stoffen welke ook in het kader van het normale gebruik dat van een voor bewoning bestemd gebouw pleegt te worden gemaakt, worden geloosd; c. de volgende stoffen, voor zover deze stoffen in de uitoefening van het beroep of bedrijf aan het afvalwater dat op de riolering wordt geloosd, zijn toegevoegd: - organische halogeenverbindingen en stoffen waaruit in water dergelijke verbindingen kunnen ontstaan; - organische siliciumverbindingen die toxisch of persistent zijn en stoffen waaruit dergelijke verbindingen in het water kunnen ontstaan, met uitzondering van die welke biologisch onschadelijk zijn of die in water snel worden omgezet in onschadelijke stoffen; - fenolen, mercaptanen en andere stoffen die reeds in zeer geringe concentratie reuk- of smaakbezwaren opleveren; - persistente minerale oliën en uit aardolie bereide persistente koolwaterstoffen; - antimoon, arsenicum, barium, beryllium, borium, cadmium, chroom, kobalt, koper, kwikzilver, lood, molybdeen, nikkel, selenium, tin, titanium, thallium, tellurium, uranium, vanadium, zilver, zink en verbindingen van deze elementen; - cyaanwaterstofzuur, fluorwaterstofzuur, alsmede de van deze zuren afgeleide zouten; - elementair fosfor en organische fosforverbindingen; - stoffen die kankerverwekkend zijn en stoffen waarvan in redelijkheid verwacht mag worden dat zij kankerverwekkende eigenschappen hebben; - biociden voor zover deze niet reeds onder de hiervoor genoemde stoffen vallen; - persistente door de mens gesynthetiseerde verbindingen, voor zover niet reeds onder voorgaande genoemd; - stoffen die ongunstig inwerken op de zuurstofbalans, met name ammoniak en nitrieten. Het in het eerste lid gestelde is niet van toepassing op stoffen, aangewezen krachtens artikel 1, lid 2, van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren en op lozingen vanuit soorten van inrichtingen aangewezen krachtens evengenoemde wetsbepaling.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel