Naar hoofdinhoud
1. Subsidiabele activiteiten Subsidie kan worden verstrekt voor activiteiten als bedoeld in artikel 28 van de Asv die gericht zijn op het verplaatsen van gehele en volwaardige agrarische bedrijven. 2. Criteria De activiteiten, genoemd in het eerste lid, komen uitsluitend voor subsidie in aanmerking indien: de intensieve veehouderij op de bestaande bedrijfslocatie geheel wordt beëindigd, de bedrijfsvergunningen worden ingetrokken en de bestemming van de locatie wordt veranderd in een passende bestemming die gebruik voor intensieve veehouderij uitsluit; de bedrijfsgebouwen worden gesloopt, met uitzondering van monumenten en gebouwen met belangrijke cultuurhistorische waarden en de aanvrager de intensieve veehouderij voor ten minste 80% van de te verplaatsen omvang voortzet op een door gedeputeerde staten goedgekeurde locatie in Nederland; en ondergrond en erf om niet in eigendom worden overgedragen aan Bureau Beheer Landbouwgronden, dit met uitzondering van de grondgebonden bedrijfsonderdelen die op de bestaande bedrijfslocatie worden voortgezet; In afwijking van het gestelde onder a, sub iii, geldt als criterium voor ondergrond en erf die zijn begrensd als reservaatsgebied, op basis van het vigerend provinciaal natuurbeheerplan, dat zij aan het Bureau Beheer Landbouwgronden te koop worden aangeboden. Dit geldt niet als de eigenaar een overeenkomst ingevolge de subsidiestelsel Natuur- en Landschapsbeheer heeft afgesloten; Indien de hervestigingslocatie binnen het plangebied van het  reconstructieplangebied is gelegen, dient dat een landbouwontwikkelingsgebied te zijn. In uitzonderlijke gevallen en als ook het Rijk de locatie als duurzaam aanmerkt, kan hervestiging in een verwevingsgebied worden goedgekeurd. 3. Hoogte van de subsidie De subsidie bedraagt: maximaal 100% van de subsidiabele kosten. Bij samenvoeging van bedrijfslocaties is de subsidie maximaal 80% van de gecorrigeerde vervangingswaarde; sloopkosten tot € 25 per m2 daadwerkelijk aanwezige oppervlakte aan bedrijfsgebouwen; Daadwerkelijk gemaakte kosten van advies, ontwerp en onderzoek ten behoeve van de hervestiging tot maximaal € 500 per NGE en maximaal € 100.000 per bedrijf; indien de hervestigingslocatie een bestaande agrarische  edrijfslocatie is en geen sprake is van samenvoeging met een andere locatie: een vergoeding voor de sloop kosten van € 25 per m2 voor de sloop van op de hervestigingslocatie niet bruikbare bedrijfsgebouwen; Tot de subsidiabele kosten behoren in ieder geval: de gecorrigeerde vervangingswaarde van de bedrijfsgebouwen op de eerste januari van het jaar waarin deze verordening in werking treedt, vast te stellen door gedeputeerde staten op basis van een in hun opdracht verrichte taxatie. Indien de vaststelling meer dan drie kalenderjaren na de inwerkingtreding van dit subsidiekader zal plaatsvinden, wordt uitgegaan van de eerste januari van het derde jaar dat voorafgaat aan het jaar waarin de vaststelling dan plaatsvindt. Als de bij taxatie aanwezige productiecapaciteit (aantal dierplaatsen zoals vastgelegd in de vigerende milieuvergunning) afwijkt van de aanwezige oppervlakte van gebouwen, gedeeld door de oppervlaktenorm uit de te hanteren Kwantitatieve Informatie (KWIN), is de aanwezige productiecapaciteit uitgangspunt voor de taxatie; de waarde van ondergrond en erf, vast te stellen door gedeputeerde staten op basis van de waarde in het economisch verkeer, uitgaande van cultuurgrond. De begrenzing vindt plaats op basis van wat in redelijkheid tot erf en ondergrond kan worden gerekend, zoveel mogelijk aansluitend bij in het terrein zichtbare grenzen en zodanig dat het perceel ontsloten is of kan worden vanaf de openbare weg; sloopkosten; daadwerkelijk gemaakte kosten van advies, ontwerp en onderzoek ten behoeve van de hervestiging; indien de hervestigingslocatie een bestaande agrarische edrijfslocatie is en geen sprake is van samenvoeging met een andere locatie: een vergoeding voor de sloopkosten; Naast de niet-subsidiabele kosten, bedoeld in artikel 12 van de Asv, wordt in ieder geval geen subsidie verstrekt voor de kosten die verbonden zijn aan eventueel andere bedrijfstakken (en de daarbij gebruikte bedrijfsonderdelen) dan intensieve veehouderij op de bestaande bedrijfslocatie. 4. Subsidieontvangers Subsidie kan worden verstrekt aan landbouwondernemingen. 5. Aanvraag De subsidieaanvraag kan gedurende het gehele jaar worden ingediend. De aanvraag dient voorzien te zijn van een advies van het programmabureau van het gebied (zie bijlage 3) waarin de projectactiviteiten plaatsvinden. Het programmabureau adviseert aan GS over de aansluiting van het project op het gebieds- en uitvoeringsprogramma. Voor dit onderdeel zal dat zijn op basis van een weging van het project ten opzichte van een van de volgende doelen: N6-1-1-4 bedrijfsverplaatsingen intensieve veehouderij; N7-1-1-1 Verplaatsing veehouderijbedrijven rond ammoniak- en stankgevoelige objecten (Reconstructiegebied Gelderse Vallei); Over de criteria, genoemd in het tweede lid, onder a en b, vragen gedeputeerde staten advies van: burgemeester en wethouders van de gemeente waarin de bedrijfslocatie is gelegen; en de Reconstructiecommissie Gelderse Vallei/Utrecht-Oost. Indien meer subsidies voor verlening in aanmerking komen dan het subsidieplafond toelaat, wordt de prioriteit bepaald met inachtneming van de prioritering zoals opgenomen in bijlage 4. 6. Europese regelgeving De activiteiten onder lid 1 komen uitsluitend voor subsidie in aanmerking indien aan landbouwers subsidie wordt verstrekt voor de verplaatsing van landbouwbedrijfsgebouwen in het algemeen belang en dat dit geschiedt met inachtneming van de artikelen 4 en 6 van de verordening (EG), nummer 1857/2006, betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op staatssteun voor kleine en middelgrote ondernemingen die landbouwproducten produceren. Deze steunmaatregel is bekendgemaakt in het publicatiejournaal (2006/C 2/03) van de Europese Commisie onder zaaknr. XA 62/05.

Rechtspraak bij dit artikel