Naar hoofdinhoud
1. Subsidiabele activiteiten Subsidie kan worden verstrekt voor activiteiten als bedoeld in artikel 28 van de Asv die gericht zijn op: het uitvoeren van demonstratieprojecten; verstrekken van informatie en verzorgen van publiciteit; advies en ondersteuning bij het opstellen van plannen; cursussen, voorlichtingsbijeenkomsten en studieclubs. 2. Nadere criteria De activiteiten, genoemd in het eerste lid, komen uitsluitend voor subsidie in aanmerking indien zij voldoen aan de volgende criteria: het project voldoet aan de voorwaarden die zijn opgenomen in maatregel 111“Beroepsopleiding en voorlichting” van het Plattelandsontwikkelingsprogramma; het project past in het programma duurzame landbouw; het project leidt tot aantoonbare milieuwinst op de deelnemende agrarische bedrijven; de gedemonstreerde maatregelen gaan verder dan de wettelijke normen op het gebied van milieu; het project draagt bij aan de bevordering van de toepassing van nieuwe kennis of technologieën; en het project heeft draagvlak bij de landbouw (bottom-up). In aanvulling op het gestelde onder a worden bij de beoordeling van de aanvraag de volgende aspecten betrokken: welke spin-off te verwachten is; op hoeveel en welk type bedrijven de vernieuwing kan worden toegepast; hoe groot het deel is van de doelgroep die bereikt wordt in het project; hoe de doelgroep als geheel bereikt wordt; hoe het Afwegingskader Duurzaamheid van de provincie Utrecht toegepast is. De pilots worden door het Rijk (VROM) op de volgende criteria beoordeeld: de projectvoorstellen bevatten een heldere omschrijving van de te behalen milieuwinst; de pilots zijn vernieuwend en zijn bottom-up opgezet; monitoring van de te realiseren milieukwaliteit. 3. Hoogte van de subsidie De subsidie bedraagt Maximaal 35% van de subsidiabele kosten voor niet-landbouwers; maximaal 50% van de subsidiabele kosten voor landbouwers; maximaal 70% van de subsidiabele kosten indien het project wordt uitgevoerd door een samenwerkingsverband (alleen van toepassing voorzover begunstigden landbouwers/ primaire landbouwondernemingen zijn); Indien voor de subsidiabele kosten of een gedeelte daarvan reeds uit anderen hoofde een subsidie is of zal worden verstrekt, wordt slechts een zodanig bedrag aan subsidie verstrekt dat het totaal van alle subsidiebedragen niet meer bedraagt dan 90% van de subsidiabele kosten (alleen van toepassing voorzover begunstigden landbouwers/primaire landbouwondernemingen zijn); Maximaal 100% van de subsidiabele kosten in het geval van nieuwe uitdagingen; Tot de subsidiabele kosten behoren in ieder geval: loonkosten eigen personeel of aan derden betaalde kosten voor voorbereiding (bijvoorbeeld voor opstellen projectplan, advies, vergunningen, bestek) tot een maximum van 15% van de projectkosten; loonkosten eigen personeel of aan derden betaalde kosten voor directievoering, advies, en begeleiding ten behoeve van de gesubsidieerde activiteiten; kosten voor de bouw, verwerving of verbetering van onroerende goederen; loonkosten eigen personeel of aan derden betaalde kosten voor monitoring en analyse; loonkosten eigen personeel of aan derden betaalde kosten voor publicaties, websites en andere vormen van communicatie; kosten voor koop of huurkoop van installaties, machines en materieel ten behoeve van de gesubsidieerde activiteiten; kosten voor de catering en zaalhuur i.v.m. de organisatie van bijeenkomsten; reiskosten; accountantskosten, voor zover van toepassing; kosten onvoorzien tot een maximum van 7% van de projectkosten; Naast de niet-subsidiabele kosten, zoals opgenomen in artikel 12 van de Asv, wordt in ieder geval geen subsidie verstrekt voor de volgende kosten behorende bij de lopende bedrijfsvoering (zoals zaaizaad, grondbewerking etc.). 4. Subsidieontvangers Subsidie kan worden verstrekt aan: landbouwondernemingen; samenwerkingsverbanden van landbouwondernemingen; onderzoeksinstellingen; adviesbureaus. 5. Aanvraag De provincie ondersteunt de aanvrager bij de ontwikkeling van deze projecten door een intensieve betrokkenheid van Bureau LaMi. Bureau LaMi zal ook zorgdragen voor een pretoets bij VROM. De subsidieaanvraag kan gedurende het gehele jaar worden ingediend. De aanvraag dient voorzien te zijn van een advies van het programmabureau van het gebied (zie bijlage 3) waarin de projectactiviteiten plaatsvinden. Het programmabureau adviseert aan GS over de aansluiting van het project op het gebieds- en uitvoeringsprogramma. Voor dit onderdeel zal dat zijn op basis van een weging van het project ten opzichte van een van het volgende doel: N6-1-3-1 ontwikkelen pilots duurzaam ondernemen (VROM); In aanvulling op artikel 7 van de Asv: blijkt uit de aanvraag dat er draagvlak is bij de landbouw (bottom-up); is de aanvraag voorzien van onderzoeks- of monitoringsplan; is de aanvraag voorzien van een communicatieplan; en bevat de aanvraag een heldere omschrijving van de te behalen milieuwinst. 6. Verplichtingen subsidieontvanger Gedurende de uitvoering van het project gelden de volgende verplichtingen ten aanzien van de rapportage over de voortgang van het project: de monitoring wordt op een duidelijke manier gerapporteerd. Daaruit blijkt hoeveel bedrijven zijn bereikt, welke maatregelen zijn toegepast, en wat het gemeten of berekende effect is van deze maatregelen en van het project als geheel, zowel wat betreft milieu, als praktisch en sociaal-ecomomisch; de rapportage bevat ook een advies voor de verdere implementatie van de maatregel bij de doelgroep. 7. Europese regelgeving en POP2 2007-2013 Voor subsidiëring vanuit de Agenda vitaal platteland zal voor dit onderdeel gebruik worden gemaakt van de middelen uit het Europees plattelandsontwikkelingsprogramma 2007-2013 (POP2), EG-verordening nr. 1698/2005 en bijbehorende uitvoeringsverordeningen. Voor dit onderdeel is de maatregel 111 “Beroepsopleiding en voorlichting” en de daarin vermelde voorwaarden voor subsidieverstrekking van toepassing. POP2-middelen en aanvullende nationale financiering worden alleen ingezet, als aan de in de maatregel opgenomen  voorwaarden is voldaan.

Rechtspraak bij dit artikel