Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk › Paragraaf

Artikel 4.2.2

Investeringen in landbouwbedrijven ten behoeve van het milieu in het Reconstructiegebied

Onderdeel van Besluit van gedeputeerde staten van Utrecht van 26 oktober 2010, nr. 2010INT264157, houdende nadere regels op grond van de Algemene subsidieverordening provincie Utrecht (ILG)

1. Subsidiabele activiteiten Subsidie kan worden verstrekt voor activiteiten als bedoeld in artikel 28 van de Asv die gericht zijn op het verbeteren van bovenwettelijke milieuprestaties van landbouwondernemingen. 2. Nadere criteria Subsidie kan worden verstrekt voor activiteiten binnen landbouwbedrijven die tot doel hebben de vermindering van de milieubelasting door de landbouw in het Reconstructiegebied die vallen onder een of meer van de volgende categorieën: vermindering van ammoniakemissies en ammoniakdeposities; vermindering gebruik en emissies van bestrijdingsmiddelen; vermindering van de geurhinder; vermindering van de emissie van fijn stof. 3. Hoogte van de subsidie De subsidie bedraagt: maximaal 40% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 200.000,-; in afwijking van het gestelde onder i bedraagt de subsidie ten behoeve van investeringskosten voor gecombineerde luchtwassystemen maximaal 40% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 100.000,-; Tot de subsidiabele kosten behoren in ieder geval: loonkosten eigen personeel of aan derden betaalde kosten voor de bouw, verwerving of verbetering van onroerende goederen; kosten voor koop of huurkoop van installaties, machines en materieel ten behoeve van de gesubsidieerde activiteiten, met inbegrip van computerprogrammatuur, tot maximaal de marktwaarde van de activa; algemene kosten in verband met de onder a) en b) bedoelde uitgaven, zoals kosten voor architecten, ingenieurs en adviseurs, haalbaarheidsstudies en het verkrijgen van octrooien en licenties; Naast de niet-subsidiabele kosten, zoals opgenomen in artikel 12 van de Asv, wordt in ieder geval geen subsidie verstrekt voor de volgende kosten: kosten voor de aankoop van productierechten, dieren en eenjarige gewassen; kosten voor de aanplant van eenjarige gewassen; kosten voor draineerwerkzaamheden of irrigatieapparatuur en irrigatiewerkzaamheden, tenzij dergelijke investeringen leiden tot een daling van het waterverbruik met ten minste 25 %; vervangingsinvesteringen. 4. Subsidieontvangers Subsidie kan worden verstrekt aan landbouwondernemingen. 5. Aanvraag De subsidieaanvraag kan gedurende het gehele jaar worden ingediend. De aanvraag dient voorzien te zijn van een advies van het programmabureau van het gebied (zie bijlage 3) waarin de projectactiviteiten plaatsvinden. Het programmabureau adviseert aan GS over de aansluiting van het project op het gebieds- en uitvoeringsprogramma. Voor dit onderdeel zal dat zijn op basis van een weging van het project ten opzichte van een van het volgende doel: N7-1-1-3 Verbetering water- en bodemkwaliteit voor VHR-/Nb-wet en EHS-gebieden. 6. Europese regelgeving en POP2 2007-2013 De activiteiten onder lid 2 komen uitsluitend voor subsidie in aanmerking indien aan landbouwers subsidie wordt verstrekt in de vorm van investeringssteun met inachtneming van artikel 4 van de verordening (EG), nummer 1857/2006, betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op staatssteun voor kleine en middelgrote ondernemingen die landbouwproducten produceren. Deze steunmaatregel is bekend bij de Europese Commissie onder zaaknr. XA 62/2010.

Rechtspraak bij dit artikel