**1..** Pensioen wordt verleend aan de weduwen en weezen van ambtenaren, die op het tijdstip van overlijden in dienst der Gemeente waren of pensioen genoten, met uitzondering van hen, die op grond van verordening of instructie tijdens de bekleeding van hun ambt ongehuwd moeten blijven, van hen, voor wier weduwen en weezen bij wet, koninklijk besluit of reglement eene algemeene voorziening met het oog op hunnen Gemeentedienst is of te eeniger tijd zal zijn getroffen en van de vrouwelijke ambtenaren die binnen 90 dagen na hare indiensttreding schriftelijk aan Burgemeester en Wethouders verklaren af te zien van pensioenaanspraken voor hare weezen.
**2..** Aan de weduwen en wezen van den Burgemeester en de Commissarissen van politie wordt recht op pensioen toegekend, indien de belanghebbende ambtenaren het verlangen hiertoe binnen 90 dagen na de benoeming schriftelijk aan Burgemeester en Wethouders te kennen geven.
**3..** Geen recht op pensioen hebben de weduwen en weezen van ambtenaren, die ingevolge artikel 44 der "weduwenwet voor de gemeenteambtenaren 1913" verklaard hebben, voor hunne na te laten betrekkingen niet deelgerechtigd te willen zijn in het artikel 1 dier wet genoemde fonds en de verklaring, bedoeld bij artikel 156, 2e lid der "Pensioenwet 1922 (Stbl. No. 240)" hebben ingezonden.
§ 3.
Artikel 14
Artikel 14
Onderdeel van Verordening op het verleenen van pensioen aan ambtenaren der gemeente en aan hunne weduwen en weezen